Vinden




Vervoeging van het werkwoord prononcer - odmiana czasowników francuskich


enkelvoudmeervoud
Infinitief
prononcer
indicatif présent
(tegenwoordige tijd)
1prononceprononçons
2prononcesprononcez
3prononceprononcent
indicatif imparfait
(onvoltooid verleden tijd)
1prononçaisprononcions
2prononçaisprononciez
3prononçaitprononçaient
indicatif passé simple
-
1prononçaiprononçâmes
2prononçasprononçâtes
3prononçaprononçèrent
indicatif futur
(toekomende tijd)
1prononceraiprononcerons
2prononcerasprononcerez
3prononceraprononceront
conditionnel présent
(tegenwoordige tijd - voorwaardelijke wijs)
1prononceraisprononcerions
2prononceraisprononceriez
3prononceraitprononceraient
subjonctif présent
(tegenwoordige tijd - aanvoegende wijs)
1prononceprononcions
2prononcesprononciez
3prononceprononcent
subjonctif imparfait
(onvoltooid verleden tijd - aanvoegende wijs)
1prononçasseprononçassions
2prononçassesprononçassiez
3prononçâtprononçassent
impératif
(imperatief / gebiedende wijs)
1---prononçons
2prononceprononcez
participe présent
(onvoltooid deelwoord)
mannelijkprononçantprononçants
vrouwelijkprononçanteprononçantes
participe passé
(vooltooid deelwoord)
mannelijkprononcéprononcés
vrouwelijkprononcéeprononcées

Vertaling in het Engels: pronounce