Vinden




Vervoeging van het werkwoord échapper - vervoeging van Franse werkwoorden


enkelvoudmeervoud
Infinitief
échapper
indicatif présent
(tegenwoordige tijd)
1échappeéchappons
2échappeséchappez
3échappeéchappent
indicatif imparfait
(onvoltooid verleden tijd)
1échappaiséchappions
2échappaiséchappiez
3échappaitéchappaient
indicatif passé simple
-
1échappaiéchappâmes
2échappaséchappâtes
3échappaéchappèrent
indicatif futur
(toekomende tijd)
1échapperaiéchapperons
2échapperaséchapperez
3échapperaéchapperont
conditionnel présent
(tegenwoordige tijd - voorwaardelijke wijs)
1échapperaiséchapperions
2échapperaiséchapperiez
3échapperaitéchapperaient
subjonctif présent
(tegenwoordige tijd - aanvoegende wijs)
1échappeéchappions
2échappeséchappiez
3échappeéchappent
subjonctif imparfait
(onvoltooid verleden tijd - aanvoegende wijs)
1échappasseéchappassions
2échappasseséchappassiez
3échappâtéchappassent
impératif
(imperatief / gebiedende wijs)
1---échappons
2échappeéchappez
participe présent
(onvoltooid deelwoord)
mannelijkéchappantéchappants
vrouwelijkéchappanteéchappantes
participe passé
(vooltooid deelwoord)
mannelijkéchappééchappés
vrouwelijkéchappéeéchappées

Vertaling in het Engels: escape