Vinden




Vervoeging van het werkwoord chasser - vervoeging van Franse werkwoorden


enkelvoudmeervoud
Infinitief
chasser
indicatif présent
(tegenwoordige tijd)
1chassechassons
2chasseschassez
3chassechassent
indicatif imparfait
(onvoltooid verleden tijd)
1chassaischassions
2chassaischassiez
3chassaitchassaient
indicatif passé simple
-
1chassaichassâmes
2chassaschassâtes
3chassachassèrent
indicatif futur
(toekomende tijd)
1chasseraichasserons
2chasseraschasserez
3chasserachasseront
conditionnel présent
(tegenwoordige tijd - voorwaardelijke wijs)
1chasseraischasserions
2chasseraischasseriez
3chasseraitchasseraient
subjonctif présent
(tegenwoordige tijd - aanvoegende wijs)
1chassechassions
2chasseschassiez
3chassechassent
subjonctif imparfait
(onvoltooid verleden tijd - aanvoegende wijs)
1chassassechassassions
2chassasseschassassiez
3chassâtchassassent
impératif
(imperatief / gebiedende wijs)
1---chassons
2chassechassez
participe présent
(onvoltooid deelwoord)
mannelijkchassantchassants
vrouwelijkchassantechassantes
participe passé
(vooltooid deelwoord)
mannelijkchasséchassés
vrouwelijkchasséechassées

Vertaling in het Engels: hunt